over de WANDOBJECTEN:

"  De interactie tussen mens en natuur, centraal in het denken van de kunstenaar, krijgt gestalte in zijn werkwijze. Hij haalt natuurlijke materialen uit hun omgeving - een ingreep op zichzelf - en blaast ze nieuw leven in binnen de context van het atelier. Al werkend schept hij voorwaarden waarbinnen natuurlijke processen zich kunnen voltrekken; hij grijpt in wanneer de natuur de overhand dreigt te nemen. Geometrische composities en natuurlijke materialen bestaan in het werk in harmonie met elkaar. ‘Ze hebben elkaar nodig’, zegt de kunstenaar. Het is deze harmonie die aan het werk zijn stilte verleent. "

over de INSTALLATIES:

"  De installaties van Van Delft zijn te beschouwen als interventies op bijzondere plekken. Ze zetten wat er al is, in een nieuw licht. Hij maakt gebruik van de materialen van het land en werkt met wat de situatie hem aanreikt. Zo brengt hij landschap, materie, geschiedenis en plek samen. Zijn associaties met de cultuurhistorie van het landschap vormen het uitgangspunt bij het maken van de installaties: hij vertaalt zijn denken naar vorm. Als materiële objecten maken de werken zich los van dit denken; zij gaan een relatie aan met de ruimte waarin zij zich bevinden. Klei, aarde en steen, op zichzelf betekenisloos, krijgen binnen de context een poëtische zeggingskracht. De werken openen zich naar de ruimte en vermengen zich met de atmosfeer van de plek. Zo maken zij een stille wereld toegankelijk, waarin materie en geest, het alledaagse en het tijdloze als vanzelfsprekend met elkaar verbonden zijn.  "

uit Kunstbeschouwing door Janet Meester | december 2021 | zie TEKST